Hoe is het om lesbisch en docent te zijn?

Veel collega’s denken net zo stereotype als hun studenten

Ingrid Hup (45) is docent burgerschapskunde aan het ROC Deltion. Ze is actief betrokken bij de Gay Straight Alliance (GSA) van het Deltion. Daarnaast ook actief voor het COC bij de werkgroep infostand. Ingrid is al twintig jaar samen met haar vrouw Ella. Samen hebben ze drie kinderen.

De GSA op Deltion bestaat nog maar kort. Iets meer dan twee jaar. Aanleiding was een enquête onder studenten waaruit bleek dat veel studenten het gevoel hadden dat ze op school niet zichzelf konden zijn. Ook wisten velen niet wat de letter LHBTI betekende. Nu bestaat de GSA uit 24 studenten en drie GSA-ondersteuners. De eerste activiteit, die veel publiciteit opleverde, was de Coming outdag in 2017. De regenboogvlag werd gehesen door een wethouder en in Odeon gingen veel studenten kijken naar het theaterstuk ‘Boy’s don’t cry’. Dit werd in de klassen nabesproken onder begeleiding van docenten Burgerschap. De GSA was actief betrokken bij het Regenboogfestival op 2 december in het Deltion en bij de organisatie van ‘Paarse vrijdag’ op 13 december.

Voelde me vroeger zelf onveilig
Ingrid: “Mijn betrokkenheid bij de GSA heeft onder andere te maken met mijn eigen onzekerheid en gevoel van onveiligheid toen ik op de middelbare school zat. Daarom wil ik voorkomen dat kinderen bij mij in de klas dat ook hebben. Iedere jaar opnieuw krijg ik 150 nieuwe leerlingen. Ik stel me aan hen voor en vertel daarbij over mijn vrouw en drie kinderen. Verder heb ik altijd een paar attributen bij me in de regenboogkleuren die ik op mijn tafel leg. Onlangs kwam er een meisje naar me toe en vertelde dat ze vrolijk werd van die kleuren. Ik vertelde haar wat het betekende. Dat vond ze prachtig.”

Escalatie met homohater
De reacties van studenten zijn helaas niet altijd zo leuk. Een tijd geleden had ik in de klas een jongen van 17 jaar die uit Curaçao kwam. Hij was door zijn ouders het huis uitgezet omdat hij homo was. Hij is op het vliegtuig gezet om in Nederland bij zijn broer te gaan wonen. Deze jongen had hierdoor grote problemen. Toen ik hier in de klas aandacht aan besteedde, vertelde een andere jongen erg luidruchtig dat hij een homohater was. Dat dreigde te escaleren. Ik ben toen tussen die beide jongens gaan staan om een vechtpartij te voorkomen. De ene jongen heb ik naar de jongerengroep van het COC doorverwezen. Met de andere jongen heb ik gepraat over zijn gedrag. De ouders zijn op de hoogte gebracht en die schrokken daar erg van. De jongen die zichzelf homohater noemde, kwam maanden later bij mij om mij te bedanken dat ik zijn ogen had geopend en gaf me een doos ‘Merci’ chocolade.” 

 

Bij Techniek en Uniformberoepen kan er nog veel veranderen
Het Deltion kent 17.000 studenten en ruim 1500 docenten. Er zijn 225 verschillende opleidingen die verdeeld zijn in clusters. Eén van die clusters is Zorg en Welzijn. De voorlichtingsgroep van het COC komt daar ieder jaar om voorlichting te geven. Ingrid: “Volgens mij waren er clusters waar die voorlichting veel harder nodig was. Denk aan Techniek en Uniformberoepen. Eén van de ondersteuners die actief is in de GSA, gaat daar vaak heen om op een komische manier tijdens de Coming Out dag of op Paarse Vrijdag de studenten met homoseksualiteit te confronteren. Ze probeert daarbij ook het gesprek aan te gaan. Leuk detail is dat deze ondersteuner zelf heteroseksueel is.”

Carnavalsgedoe
Ingrid vertelt dat het niet alleen de studenten zijn die nog vooroordelen hebben over alles wat met homoseksualiteit heeft te maken. Ook onder haar collega’s leven die vooroordelen soms. Dat merkte ze toen ze op het intranet van de school een foto van haar zetten die gemaakt is bij de Pride van afgelopen zomer. Daarop staat Ingrid tussen twee dragqueens. Een collega vroeg haar wat ze dacht te bereiken met dat carnavalsgedoe. “Als dat ’s morgens om 09.00 uur aan je wordt gevraagd, voelt dat echt als een aanval. Dan is er nog heel veel te praten.”

Contact met Cibab en Landstede
“Bij de Pride stond ik met de infostand van het COC in het Academiehuis de Grote Kerk. Daar kwam ik in gesprek met docenten van de Landstede. Ik vertelde hen over mijn activiteiten voor de GSA op het Deltion. Ze waren erg geïnteresseerd. Het resultaat is dat we elkaar af en toe nog ontmoeten en ervaringen uitwisselen. De Landstede is nog aan het bedenken hoe zij een bijdrage kunnen leveren aan de homo-emancipatie. Op het Regenboogfestival van 2 december jl heb ik twee mensen van het Cibap gesproken. Evenals de Landstede gaan zij ook nadenken over een mogelijke bijdrage aan de homo-emancipatie.”

 

Privésituatie
Ingrid vertelt ook graag over haar privésituatie. Zeventien jaar geleden, toen Ingrid en haar partner Ella kinderen wilden, kon de inseminatie niet in het ziekenhuis in Zwolle. Daar insemineerden ze alleen vrouwen in een heterorelatie. Ze moesten naar Deventer of naar Amsterdam.

De kinderen in hun paspoorten opnemen zodat ze samen op vakantie konden, was een hele klus. Ze gingen met hun kinderen naar het gemeentehuis, zetten de kinderen op de desk van de balie en gingen niet weg voordat de ambtenaar iets geregeld had. Ze vroegen notabene aan de kinderen wie die twee volwassen dames waren. Toen die antwoordden dat ze beiden hun mama waren, kregen ze de benodigde documenten.

Ingrid: “Ik was zo sterk omdat ik gelukkig ouders heb die mij altijd hebben gesteund. Ik wil er zijn voor jongeren die thuis niet dat geluk hebben. Dat motiveert mij om mij in te zetten voor de LHBTI-gemeenschap.”